Als we samen aan de slag gaan met jouw trainingsschema, zul je merken dat we een aantal specifieke termen gebruiken. Geen zorgen: je hoeft geen fysioloog te zijn om bij mij te trainen. Deze woordenlijst helpt je om de belangrijkste begrippen uit je schema en je Intervals.icu-dashboard in één oogopslag te begrijpen.
De Begrippenlijst
- Aerobe systeem: De energiezuinige ‘motor’ van je lichaam. Dit is de verbranding van vetten en koolhydraten met behulp van zuurstof. Je gebruikt dit systeem bij trainingen op lage intensiteit (zoals je Zone 2-duurlopen). Het is het fundament voor elke (ultra)loper.
- Anaerobe systeem: De ‘turbomotor’ van je lichaam. Dit is de energieverbranding zonder de aanwezigheid van zuurstof. Dit systeem schakelt zich in bij korte, zeer hoge intensiteit (zoals sprints of zware intervallen in Zone 5). Het levert snel veel energie, maar je houdt het niet lang vol.
- Drempel (Het Omslagpunt: De grens tussen comfortabel hardlopen en ‘verzuren’ (ook wel bekend als ‘LT2’ of de anaerobe drempel). Dit is het exacte punt waarop je lichaam tijdens de inspanning meer lactaat (melkzuur) aanmaakt dan het kan afvoeren. Trainingen op deze drempel helpen je om je basissnelheid te verhogen.
- Strides: Korte, gecontroleerde versnellingen van 20 tot 30 seconden. Het doel van een stride is niet om jezelf volledig uit te putten, maar om je zenuwstelsel te prikkelen en te focussen op een perfecte, soepele looptechniek. Het is dus absoluut geen pure sprint!
- Back-to-back trainingen: Het plannen van twee langere (duur)trainingen op opeenvolgende dagen (bijvoorbeeld op zaterdag én zondag). Dit is een specifieke trainingsmethode voor trail- en ultralopers. Het doel is niet om extreem diep te gaan, maar om je lichaam en geest op een veilige manier te leren lopen op vermoeide benen.
- RPE (Rate of Perceived Exertion): Een score van 1 tot 10 waarmee je aangeeft hoe zwaar een training voor jouw gevoel was. Onmisbaar voor het adaptief maken van je schema.
- Supercompensatie: Het fysiologische principe waarbij je lichaam zich na een training én voldoende rust herstelt tot een niveau dat nét iets hoger ligt dan daarvoor. Dit is hoe je fitter wordt.
- Volume (Omvang): De totale hoeveelheid trainingstijd of kilometers die je in een week of specifieke fase (zoals de Base-fase) aflegt.
- Periodisering: Het opdelen van je trainingsjaar in specifieke blokken (zoals Base, Peak en Taper) om gericht naar een doel toe te werken en overbelasting te voorkomen.
- HRmax & LTHR:
- HRmax (Maximale Hartslag): Het hoogste aantal slagen dat je hart per minuut kan leveren bij maximale inspanning.
- LTHR (Lactaat Drempel Hartslag): Je hartslag op het omslagpunt. Dit is de belangrijkste waarde om je trainingszones nauwkeurig te berekenen.